CONCERTINFORMATIE


"Wees op uw hoede voor de gewapende man.
Overal is het bevel gegeven
Dat iedereen zich moet beschermen
Met een ijzeren vest"

(L’Homme Armé).


Op zaterdag 9 mei 2009 gaf Kleinkoor Caprice een bijzonder concert in de 
Grote Kerk van Harderwijk onder het thema:
"Oorlog en Vrede".

Uitgevoerd werden werken van Felix Mendelssohn-Bartholdi, Joseph Haydn en Karl Jenkins. 

Op het programma stond het "Verleih uns Frieden" van Mendelssohn. Daarnaast werdt de zogenaamde Paukenmis van Haydn ten gehore gebracht en tot slot werdt er een prachtige mis van Karl Jenkins uitgevoerd: "The Armed Man", a Mass for Peace.

Medewerkenden aan het concert waren:
Harderwijks Strijkorkest aangevuld met blazers en slagwerkers
Silvia Berghammer, sopraan
Els Liebregt, alt
Henk Gunneman, tenor
Roelof Klaassen, bas
Erik Jan van de Hel, orgel

De algehele leiding was in handen van Bram Stellingwerf.

Uiteraard heeft Caprice er bewust voor gekozen om dit concert te geven in de eerste week van de maand mei. De week waarin de doden herdacht worden maar waarin we ook met elkaar de bevrijding vieren. Herdenken, vooruitzien en hopen op vrede in onze wereld.

Rechts op deze pagina treft u een verslag aan van een enthousiaste toehoorder. Binnenkort kunt U op deze website enkele hoogtepunten van het concert beluisteren.

RECENSIE DOOR EEN CONCERTGANGER

Zaterdag 9 mei j.l. gaf Kleinkoor Caprice een concert in de Grote Kerk van Harderwijk wat bij menig concertbezoeker nog lang in het geheugen gegrift zal staan. Gezien de reacties van vele toehoorders heeft het geheel een diepe indruk gemaakt op het aanwezige publiek.

Op het programma, met als ondertitel "Oorlog & Vrede",  stond voor de pauze de Paukenmis van J. Haydn en het Verleih uns Frieden van F. Mendelssohn.Meteen al van aanvang af was duidelijk dat de paukenist(e) een hoofrol zou opeisen in het stuk van Haydn. Buitengewoon uitbundig, daarbij geholpen door de alom tegenwoordige akoustiek van de Grote Kerk.
Het koor, solisten en samengestelde orkest lieten zich van hun beste kant horen, aangevoerd door de dirigent Bram Stellingwerf die op een beheerste wijze de musici door de moeilijke passages heen leidde. Na de veelal uitbundige Paukenmis was het Verleih uns Frieden een welkome oase van rust voor de pauze.

Na de pauze werd "The Armed Man, a mass for peace" van Karl Jenkins uitgevoerd. Een bijzonder stuk geschreven n.a.v. de oorlog in Kosovo. Karl Jenkins is bij veel mensen bekend van zijn "Adiemus" CD's; prachtige instrumentale en vocale muziek met verrassende harmoniën en spectaculaire effecten.

Het is moeilijk weer te geven wat er na de pauze gebeurde, met koor, orkest en toehoorders.U had er bij moeten zijn. Door het gebruik van het instrumentarium, o.a. 3 slagwerkers, de inzet van het koor en solisten ontrolde er zich een muziekstuk dat menig concertbezoeker vanaf het begin tot het eind op de punt van zijn/ haar stoel deed zitten. Onder 1 grote spanningsboog ontvouwde zich de ellende die een oorlog  veroorzaakt,  om in het laatste deel te kunnen zeggen dat God  alle tranen zal afwissen.
Karl Jenkins heeft de koorwereld een dienst bewezen met zijn creatie van The Armed Man. Soms niet geheel vrij van het nodige effectbejag, maar voor mij niet storend.

Zowel Kleinkoor Caprice, orkest als solisten verdienen zeker de waardering die hen na het concert door het langdurige applaus ten deel viel. Wat mij betreft mag Caprice, met name de mis van Jenkins, volgend jaar weer uitvoeren! Ik wil het niet missen!

SOLISTEN

SILVIA BERGHAMMER
De Duitse sopraan Silvia Berghammer studeerde met onderscheiding haar studie zangpedagogiek af aan de Hochschule Mozarteum in Salzburg. In 2006 behaalde zij haar diploma solozang (Bachelor of Music) aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag waar ze o.a. met Diane Forlano, Rita Dams, Lenie van den Heuvel en coach Peter Nilsson studeerde. In de jaren 2005 en 2006 is Silvia Berghammer in de basisklas opera opgenomen i.v.m de Nieuwe Opera Academie (Amsterdam-Den Haag). In januari 2009 studeerde zij op het Koninklijk Conservatorium af met de 'Master of Music' diploma (met accent op opera en oratorium). Op dit moment wordt zij gecoached door Diane Forlano, Cathy Pope (London),  Maestro David Jones (New York) en Coach Peter Nilsson. Zij volgde masterclasses bij Sir John Tomlinson, Janet Williams, Michael Chance, Alison Pearce, David Wilson-Johnson, Paula de Wit, Ron Murdock, Renate Schulze-Schindler, Kurt Widmer, Jard van Nes en Barbara Pearson. Silvia Berghammer heeft pedagogische ervaring opgedaan tijdens haar studie zangpedagogiek aan diverse Duitse muziekschoolen. Sinds enige jaren specialiseert zij zich in haar eigen zangstudio in de bemiddeling van kennis van de Zweeds-Italiaanse zangmethode (in samenwerking met Maestro David Jones). De lyrische sopraan is en veelgevraagd soliste in het lied- en oratoriumvak. Regelmatig geeft zij concerten en recitals in Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Italië. Haar opera- en concertrepertoire reikt van Barok tot Hedendaagse Muziek, waarbij de prioriteit op Klassiek en Romantiek ligt. In 2008 maakte ze  samen met de laureaten van het Koningin Elizabeth Wedstrijd haar debut in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel ter gelegenheid van het 50ste verjaardag van het koor van de Europese Unie. Onder leiding van Theodor Guschlbauer en het Nationaal Orkest van Belgie vertolkte zij de sopraan-partij in Mendelssohn's Elias met groot succes.In opera is haar stem bijzonder geschikt voor de lyrische partijen van W.A.Mozart (Contessa, Pamina, Fiordiligi e.a.) en de opera's van Richard Strauss. Haar optredens omvatten o.a. het debut als Governess in B. Britten’s opera Turn of the Screw en Albert Herring (Harry) o.l.v. Kenneth Montgomery, producties bij het  YO-Festival (opera festival) in Utrecht, bij het Nationale Toneel in Den Haag, bij de internationale festivals voor Hedendaagse Muziek in Den Bosch, Gent en Herne en bij het festival Pfingsten-Barock in Salzburg.

ELS LIEBREGT
Els Liebregt studeerde aan het Stedelijk Conservatorium Zwolle bij Lucienne Bouwman. Zij behaalde het diploma solozang in 1986. Hierna volgde zij cursussen bij Dorothy Dorrow, Elisabeth Cooymans, Aafje Heynis en Cora Canne Meyer. Op dit moment wordt zij gecoacht door Meinard Kraak. In de afgelopen jaren is zij regelmatig als solist opgetreden bij diverse koren en zong in die hoedanigheid alle gangbare oratoria, missen en cantates .
Tevens vervulde zij rollen in twee operaproducties van het Zwols Symfonie Orkest (Puccini’s Suor Angelica, en Cavalleria Rusticana van Mascagni). November 2006 was zij solist in de Elias van Mendelssohn met het Koninklijk Concertgebouworkest o.l v. Philippe Herreweghe. Ook werkte ze met bekende koordirigenten als Uwe Gronostay en Peter Dijkstra. In oktober 2006 zong ze in het zondagochtendconcert onder Stefan Parkman de Via Crucis van Liszt. Met ingang van het seizoen 1999-2000 is zij als alt verbonden aan het Groot Omroepkoor in Hilversum. 

HENK GUNNEMAN
Zijn muzikale opleiding begon hij als pianist aan het Conservatorium voor Muziek te Groningen. Halverwege deze studie startte hij zijn zangopleiding, als tweede hoofdvak, bij Grethe de Vink, welke hij voltooide in 1989 met het diploma uitvoerend musicus. Zang- en interpretatiecursussen/lessen volgde hij bij Max van Egmond, Thom Bollen, Nigel Rogers en bij Christoph Prégardien.Bij de Britten-Pears School te Aldeburgh (Engeland) heeft Henk aan masterclasses en concerten deelgenomen o.l.v. Anthony Rolfe Johnson. Privélessen kreeg hij daar van Diana Forlano.Na een aantal jaren lessen te hebben gevolgd bij Margreet Honig te Amsterdam bekwaam hij zich momenteel bij Ronald Klekamp te Haarlem.Regelmatig verleent hij solistische medewerking aan oratoriumconcerten in het land. Henk Gunneman is vast lid van het Amsterdam Baroque Choir o.l.v. Ton Koopman waarmee  hij per jaar gemiddeld 5 projekten met concerten in binnen- en buitenland en cd-opnames verzorgt. Als free-lancer zingt hij regelmatig bij het Nederlands Kamerkoor en het Groot Omroepkoor. Bij de Nederlandse Opera vertolkte hij rollen in "Die Glückliche Hand" van Arnold Schönberg, in "Die Meistersinger" van Richard Wagner en in de opera "Die Soldaten" van B.A. Zimmermann.

ROELOF KLAASSEN
Roelof Klaassen heeft de hoofdvakken viool en solozang in respectievelijk Zwolle en Utrecht gestudeerd. Al tijdens zijn examenjaar werd hij gevraagd om in te vallen als viooldocent op de Muziekschool Noord West Veluwe. Na enige tijd begon de vioolklas behoorlijk goed te lopen, zodanig dat er aanbiedingen volgden om op andere locaties in Nederland en in het buitenland les te gaan geven. Roelof Klaassen bleef Harderwijk echter trouw. Samen met zijn vrouw Renée Klaassen nam hij in 1982 het initiatief om met enkele gevorderde leerlingen een strijkersensemble op te richten en daarmee uitvoeringen te gaan geven. Dit initiatief groeide uit tot het hedendaagse Harderwijks Strijkorkest. Naast een bloeiende lespraktijk en het dirigeren van verschillende ensembles treedt hij ook als violist op in een ensemble van hem dat regelmatig koren begeleidt en als solo-zanger. Roelof is een goede bekende van kleinkoor `Caprice`; hij heeft regelmatig meegewerkt in o.a. Bach cantates als solist.

COMPOSITIES

KARL JENKINS, "The Armed Man", a Mass for Peace.
Deze mis ging in première in april 2000 ter gelegenheid van de eeuwwisseling in de Londense Royal Albert Hall. De pers en het publiek waren meteen onder de indruk van deze multiculturele vredesmis.
Karl Jenkins, het genie achter de voormalige popgroep The Soft Machine, baseerde zijn compositie op het lied l’Homme Armé. Dat was een hit in de vijftiende eeuw en de melodie diende als inspiratiebron voor een serie van laat middeleeuwse missen. Het leek Jenkins ‘pijnlijk toepasselijk‘ om bij het ingaan van het nieuwe millennium een moderne ‘Armed Man Mis’ te componeren die terugkijkt op de meest oorlogszuchtige en destructieve eeuw uit de menselijke geschiedenis, maar die ook vooruitblikt naar een hopelijk minder gewelddadige nieuwe eeuw. De dertiendelige mis is een aaneenrijging van spannende muziekmomenten. De stampende laarzen, de schrille tonen van de piccolo uit de militaire blaaskapel, het indrukwekkende koor dat om Gods bescherming smeekt. De christelijke mis vormt het uitgangspunt van de compositie, maar wordt doorsneden met literaire teksten en muzikale stijlen uit alle delen van de wereld. De mis raast als een vuurbal door de concertruimte. Doelgericht wordt ingespeeld op gevoelens van angst en hoop, verdriet en vreugde. Het komt soms in de buurt van effectbejag, maar kitscherig of klef wordt het nergens.

JOSEPH HAYDN, Missa in Tempore Belli in C, Hob. XXII:9 (bijgenaamd Kriegsmesse of Paukenmesse/'Paukenmis; voor sopraan, alt, tenor en bas, koor, orkest en orgel), gecomponeerd in 1796. 
Deze mis wordt zo genoemd vanwege de prominente rol van de pauken, geen uitgesproken ‘misinstrumenten’, in dit werk. Deze paukenmis is de eerste die Haydn op zijn oude dag componeerde. Haydn tekende er bij aan: ‘in tijden van oorlog’, omdat vlak voor de première de legers van Napoleon voor de deur stonden. Het aangrijpendste deel uit deze mis is het Agnus dei, vooral de woorden dona nobis pacem, met daarbij felle paukenslagen en trompetsignalen die het karakter hebben van aanvalssignalen. 

 

 

FELIX MENDELSSOHN, koraal-cantate "Verleih uns Frieden".

KARL JENKINS

Jenkins vader was behalve leraar ook organist en dirigent en gaf zijn zoon een brede muzikale opvoeding. Karl Jenkins werd zodoende de hoboïst van het National Children's Orchestra, waarna hij muziek ging studeren aan de universiteit van Cardiff en de Royal Academy of Music en Londen.
In beperkte kringen werd Jenkins beroemd als een jazz- en rockmuzikant, die zich vooral bezighield met de bariton- en sopraansaxofoon, verschillende toetsinstrumenten en de hobo. Hij voegde zich bij de jazzgroep van Graham Collier en werd later mede oprichter van Nucleus, een baanbrekende jazzband die in 1970 de prestigieuze eerste prijs op het Montreux Jazz Festival binnenhaalde. Tussen 1972 en 1984 speelde Jenkins toetsen en rietblazers in de band Soft Machine. Het eerste album dat hij met deze band maakte, Six was direct een succes, en zorgde ervoor dat de band in 1973 de Melody Maker British Jazz Album of the Year Award in ontvangst mocht nemen. Bovendien won Jenkins in 1974 de Melody Maker-award in de categorie Miscellaneous musical instrument. Tussen 1976 en 1984 had Jenkins de leiding binnen Soft Machine. Na de opsplitsing van Soft Machine richtte Karl Jenkins zich samen met Mike Ratledge, die hij kende uit Soft Machine, vooral op het componeren van reclamemuziek. Eén van zijn bekendste werken is het klassieke thema dat hij schreef voor een reclamecampagne van De Beers, een groot diamantbedrijf. Dit thema werd in 1996 de titeltrack van Jenkins' gevarieerde Diamond Music-project. Tegenwoordig is Karl Jenkins ook samen met zijn zoon, Jody K Jenkins, actief in de reclame. Zo hebben zij de muziek geschreven van onder andere een McDonalds- en een BMW-reclame. In 1995 maakte Karl Jenkins een begin aan zijn crossover-project Adiemus, met het album Adiemus: Songs of sanctuary. Dit project is gebaseerd op klassieke muziek, maar is erg gevarieerd. Zo zijn er invloeden van jazz in te herkennen, maar ook van klezmer en de azan, de muzikale oproep tot gebed binnen de Islam. Inmiddels zijn er binnen dat project zeven albums verschenen, waarvan de laatste in 2003. In 2005 werd Jenkins geridderd tot Officer in de Orde van het Britse Rijk (OBE). Karl Jenkins heeft een aantal eigen bedrijven. Zijn eigen muziek wordt uitgebracht bij Karl Jenkins Music Ltd.. Daarnaast wordt de reclamemuziek van Jenkins en Mike Ratledge ondergebracht in het bedrijf Jenkins Ratledge en tot slot is Mustache (waarvan de naam, uiteraard, verband houdt met Jenkin's snor) het productiebedrijf van Karl Jenkins, Jody K. Jenkins en Helen Connolly.

JOSEPH HAYDN

Franz Joseph Haydn (ook Josef; de naam Franz gebruikte hij niet) (Rohrau, 31 maart 1732 - Wenen, 31 mei 1809) was een Oostenrijks componist.
Haydn werd geboren in Rohrau op 31 maart 1732. Hij stamde uit een tamelijk arme Oostenrijkse familie. Zijn vader Matthias was wagenmaker. Joseph had een vrij moeilijke jeugd. Toen hij vijf jaar was nam zijn oom hem mee naar het stadje Hainburg, waar hij naar school ging en muziekles kreeg. Op achtjarige leeftijd werd hij sopraan in het knapenkoor van de Stephansdom in Wenen. Daar bleef hij negen jaar, waarvan de laatste vier met zijn broer Michael. Zijn stemwisseling trad namelijk pas zeer laat in. Hoewel zijn mentor Georg Reuter hem probeerde over te halen zich te laten castreren heeft Joseph, mede op aandringen van zijn vader, geweigerd deze riskante ingreep te ondergaan. Toen zijn stem veranderde, restte hem niets anders dan ontslag uit het koor. Hij had reeds bepaald dat hij componist zou worden, wat zijn ouders ten zeerste afkeurden: zij vonden dat hun zoon meer voor het priesterschap in de wieg was gelegd. Natuurlijk zou een leven als kloosterling hem, zeker voor de eerstvolgende jaren, veel meer vastigheid geven, maar hij koos een moeilijker weg. De daaropvolgende jaren waren dan ook zwaar. Gelukkig bood Michael Spangler hem een zolderkamer aan in het Michaelerhaus op de Kohlmarkt in Wenen. Haydn hield zich met wat losse baantjes in leven, zoals het meespelen in ensembles, het geven van muziekonderricht en het begeleiden van zangers zoals Nicola Porpora. Deze laatste bracht hem in contact met bekende operacomponisten als Christoph Willibald Gluck, Johann Christoph Wagenseil en Carl Ditters von Dittersdorf. Na vier jaar klussen kreeg Haydn in 1755 eindelijk een vaste baan, namelijk als kapelmeester aan het hof van graaf von Morzin in Lukawitz, dankzij graaf von Fürnberg. In 1761 werd de kapel opgedoekt en kwam Haydn naar Eisenstadt, bij vorst Paul I Anton Esterházy. Deze werd een jaar later door zijn zoon Nicolaas I Jozef opgevolgd. In Esterhaza zou hij tot 1790 blijven. Als kapelmeester en hofcomponist had hij hier veel werk, want de Esterházy's waren grote cultuurliefhebbers. Haydn heeft dan ook vele werken geschreven voor het vorstelijk orkest. Alhoewel Haydn weinig in contact stond met grote muziekcentra als Wenen, verwierf hij toch een zekere faam door de vele gasten die bij de vorst op bezoek kwamen. Tussen circa 1765 en 1775 benoemt men zijn werk met “Sturm und Drang”: het zit vol met snel afwisselende akkoorden, abrupte wisselingen en eigenaardige mineurharmonieën. Tijdens zijn verblijf bij de Esterházy’s schreef Haydn een enorm groot aantal werken waaronder pianowerken, liederen en 125 baryton-trio’s; Nicolaus blonk immers uit op dit gamba-achtige strijkinstrument. Verder componeerde Haydn 24 opera’s. Toen hij in 1782 bevriend raakte met Mozart en besefte dat hij nooit diens niveau van opera’s zou halen, was dit voor hem een doorslaggevend argument om na de dood van Nicolaus in 1790 niet naar de operastad Napels, maar naar Londen te gaan. Daar schreef hij de laatste 12 van zijn 106 symfonieën. Deze laatste symfonieën zijn ook zijn bekendste. Hij verbleef te Londen in 1791-1792 en 1794-1795. In 1795 keerde hij definitief terug naar Wenen. Daar hield hij zich tot zijn dood in 1809 vooral bezig met religieuze muziek. Vele missen en twee oratoria, Die Schöpfung en Die Jahreszeiten heeft hij daar geschreven. Deze werken waren zijn laatste en getuigden nog van een geweldige scheppingskracht, die door de faam van Beethoven (met wie hij niet goed kon opschieten) en door de tand des tijds snel in de vergetelheid dreigden te belanden. Haydn heeft grote invloed gehad op de muziekgeschiedenis. In zijn vroegste werken was hij nog erg beïnvloed door de barokstijl, maar Haydn ontwikkelde zich tot een klassiek componist en met hem ontwikkelde zich de muziek in het algemeen. Hij stond aan de basis van de vorming van de vierdelige symfonie en droeg ook zijn steentje bij aan de ontwikkeling van de sonatevorm. Ook heeft hij het strijkkwartet gemoderniseerd, zowel naar de vorm als muzikaal (door de vier strijkers op een gelijkwaardig niveau te plaatsen). Hij schreef maar liefst 68 werken in dit genre. In onze tijd hebben vooral deze kwartetten de waardering voor Haydn hernieuwd. Zijn faam was tijdens zijn leven al zo groot, dat vele werken van tweederangscomponisten onder zijn naam werden uitgegeven, wat bij sommige stukken de identiteit van de auteur behoorlijk dubieus maakt.
Haydn is een heel rationalistische componist. Men zal nooit zeer gecompliceerde melodieën en ritmes tegenkomen bij zijn werken. Haydns werken worden zowel aangeduid met 'opus'-nummers als met het Hoboken-Verzeichnis classificatiesysteem.

FELIX MENDELSSOHN- BARTHOLDI

Mendelssohn werd geboren als Jakob Ludwig Felix Mendelssohn in een rijke protestants-Joodse familie. Mendelssohn was gedoopt maar werd desondanks door velen als joods gezien. Zijn vader Abraham Mendelssohn was bankier en zijn grootvader was de Joods-Duitse filosoof Moses Mendelssohn. In 1812 verhuisde de familie naar Berlijn. Op zesjarige leeftijd kreeg hij pianoles van zijn moeder en op zevenjarige leeftijd van Marie Bigot in Parijs. In 1817, na in Berlijn te zijn teruggekeerd, kreeg hij les in compositie van Carl Friedrich Zelter, wiens vriend Goethe hij in 1821 in Weimar bezocht. Daarvoor, in 1818, op negenjarige leeftijd, trad hij op in een openbaar kamerconcert en voordat hij dertien was had hij al verschillende composities op zijn naam, waaronder het pianokwartet opus 1. Zijn vader was rijk genoeg om hem een privé-orkest te laten dirigeren. Hij componeerde zijn eerste symfonie op vijftienjarige leeftijd. In 1827 schreef hij zich in aan de universiteit van Berlijn, om daar de geschiedenis- en filosofiecolleges van Hegel te volgen. Hij kreeg pianoles van Ignaz Moscheles tijdens een bezoek. In 1825 voltooide hij de korte opera Die Hochzeit des Camacho, die op kosten van de familie in 1827 werd uitgevoerd. Op zijn zeventiende componeerde hij de ouverture voor de Midzomernachtsdroom van Shakespeare (de rest van de toneelmuziek werd in 1842 voltooid). Hij maakte vele reizen, onder andere naar Parijs en Italië. In Rome trok hij op met Hector Berlioz, die daar verbleef als winnaar van de Prix de Rome. In 1835 werd Mendelssohn de eerste muziekdirecteur, die tevens Kapellmeister van het Gewandhausorchester in Leipzig was. Voor die tijd waren deze twee functies gescheiden. Tijdens een bezoek aan Frankfurt ontmoette hij Cécile Jeanrenaud, een nakomeling van een Franse Hugenotenfamilie, met wie hij op 28 maart 1837 in het huwelijk trad. Ze kregen samen vijf kinderen. In september van hetzelfde jaar dirigeerde hij zijn oratorium Paulus op het Birmingham Festival.
Mendelssohns twee oratoria Paulus en Elias waren beïnvloed door de muziek van Johann Sebastian Bach, die in vergetelheid was geraakt en die Mendelssohn weer onder de aandacht van het publiek heeft gebracht. In 1829 gaf Mendelssohn met groot succes een uitvoering van de Matthäus Passion, de eerste uitvoering van dit werk sinds het overlijden van Bach. Hij vertrok in 1841 naar Berlijn, waar hij benoemd was tot directeur van de muziekafdeling van de kunstacademie. Hier componeerde hij toneelmuziek voor stukken in het Grieks, Engels en Frans.
In 1842 werd Mendelssohn als een der eersten opgenomen in de exclusieve Orde "Pour le Mérite".
Eind 1842 keerde hij naar Leipzig terug en richtte daar het conservatorium op. Hij gaf les in piano en compositie. Hij had echter een slechte gezondheid en zijn bezoek aan het Birmingham Festival op 26 augustus 1846 was zijn op één na laatste bezoek aan Engeland. Na zijn laatste bezoek aan dat land in de lente van 1847 was hij erg gedeprimeerd door het overlijden van zijn zuster Fanny Hensel. Hij ging naar Zwitserland, maar was te ziek om te werken en keerde weer terug naar Leipzig in september 1847 waar hij, op 4 november, slechts achtendertig jaar oud, zwaar overwerkt en geheel uitgeput, na een reeks hartaanvallen overleed. De Nationaalsocialisten verboden Mendelssohns werk dat zij als "Joods", en daarom verwerpelijk, beschouwden.